Aanvulling? Meld het hier.
<<

Woning en renovatie van huizen (1861 - 1868)

Nieuwbouw woningen

Opmerkelijk is in deze jaren het aantal los van elkaar lopende initiatieven tot bouw van nieuwe woningen in de gemeente. Dit geeft raadslid mr. De Laat de Kanter aanleiding om in de raadsvergadering van 27 februari 1865 het college aan te bevelen een plan te ontwerpen voor de zo nodige uitbreiding van het bebouwde gedeelte van de gemeente. Hij verklaart zich tegen het steeds weer incidenteel verlenen van vergunningen voor het bouwen van woningen.

Bouwplan voor woningbouw van J. Brouwer
Jan Brouwer verzoekt in februari 1861 vergunning om nog drie woonhuizen te bouwen in eenzelfde richting en hoogte als de door aannemer J.M. van der Made in het afgelopen jaar aaneen gebouwde zes wooneenheden. Hij wil dit doen ‘op het terrein langs de havendijk tussen het huisje na de zaagmolen en de grindweg lopende langs de begraafplaats er drie te mogen bouwen’. Hij krijgt vergunning om op de grond, in erfpacht uitgegeven aan Van der Made en welke erfpacht die thans aan hem is overgegaan, drie woonhuizen te bouwen.
De voormalige aannemer J.M. van der Made is failliet gegaan. In juli 1863 ontvangt het gemeentebestuur een brief van de Commissaris van de Koning ten geleide van een ordonnantie ten behoeve van de failliete aannemer J.M. van der Made ten bedrage van ƒ 8.475,50 met het verzoek deze aan de curator, de heer mr. P.J.A. van Dam, uit te reiken.

In mei 1865 verzoekt Jan Brouwer om aan de weg naar de begraafplaats woningen te mogen bouwen. Deze woningen wil hij tegen zijn aldaar staande rij huizen laten bouwen overeenkomstig de door hem overgelegde tekening.

Bouwplan voor woningbouw van G. van der Mark
In februari 1862 geeft timmerman en aannemer Gerrit van der Mark zijn wens te kennen om, zowel in zijn eigen belang als dat van het algemeen, in de behoefte aan geschikte woningen te voorzien door het bouwen van nieuwe. Voor dat doel is hem als zeer geschikt voorgekomen een niet gekadastreerde strook grond ter grootte van 220 el, gelegen west- en noordwaarts van de smidse van de weduwe J. Robijn. Deze grond is thans met plantsoen bezet en eigendom van de gemeente. De strook grond is op de door hem overgelegde kaart gestippeld aangegeven. Volgens de tekening ligt het perceel aan het einde van de Nieuwstraat aan het Noordeinde (bij de voormalige ’s-Heer Hendrikskinderenpoort).

In de raadsvergadering van januari 1865 komt andermaal in behandeling het verzoek van Van der Mark voor het verkrijgen van grond in erfpacht, gelegen aan het Noordeinde, bij het telegraafkantoor. Hij wil daarop woningen bouwen. Overgelegd wordt een plantekening van het woonhuis, dat aanvankelijk op die grond zou gesticht worden. De gemeenteraad overweegt ‘dat zo’n gebouw geenszins zal strekken tot verfraaiing van de avenue van de stad op die plaats’. Besloten wordt het verzoek van de hand te wijzen.

Bouwplan voor woningbouw van J. van Aerde, B.M. den Boer en W.F. van Riet
Het gemeentebestuur ontvangt in april 1864 een verzoek van J. van Aerde om grond in erfpacht voor het plaatsen van een gebouw. Tegen dit voornemen tekenen de Gebroeders Harinck van de houtzaagmolen bezwaar aan. Ze vrezen dat dit gebouw de windvang voor de molen zal belemmeren. De voorzitter is van mening dat de gemeenteraad geroepen is om de industriële ondernemingen, zoals die van de Gebroeders Harinck, te ondersteunen en dit motief voor de gemeenteraad genoeg moet zijn om het verzoek van Van Aerde van de hand te wijzen.
De heer Fransen van de Putte zegt dat niet alleen de grote maar ook de kleine industrie door de gemeenteraad voorgestaan moet worden. ‘De Gebroeders Harinck moeten de kleine burgerman niet in de weg staan en hem alzo beletten om te bouwen’.
Het voorstel van het college wordt met 5 stemmen tegen en 4 stemmen voor afgewezen. Het college wordt de tijd gelaten om met J. van Aerde maar ook met W.F. van Riet in overleg te treden omdat de raad het gehele terrein niet alleen aan Van Aerde wil afstaan.
In december 1865 ontvangt het gemeentebestuur een verzoek van J. van Aerde, W.F. van Riet en B.M. den Boer om vergunning om op de bij hen in erfpacht bezeten grond op de wal tussen de twee korenmolens twee woningen te bouwen volgens een overgelegde tekening. Besloten wordt het verzoek en de tekening voor advies in handen te stellen van de commissie voor geneeskundig toevoorzicht. De commissie bericht dat daar tegen geen bedenkingen bestaan. Daarop wordt besloten vergunning voor de bouw te verlenen.

Bouwplan voor woningbouw van H. Elfferink
Hendrik Elfferink deelt het gemeentebestuur mee dat hij bij besluit van de gemeenteraad van 23 maart 1864 uit het perceel sectie D 1333 en uit de publieke weg, gelegen aan het eind van de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat, tussen het voormalige telegraafkantoor en de rijweg van de molen ‘de Koornbloem’, in erfpacht heeft verkregen 210 vierkante ellen grond. Deze is door hem gedeeltelijk aangelegd tot woonhuis en tuin. Hij is voornemens om op dat gedeelte dat door hem tot tuin is aangelegd nog twee woningen, verdeeld in vier woonkamers, te bouwen. Er zit een fraaie plattegrondtekening van de te bouwen woningen bij de stukken.

Bouwplan voor woningbouw van Johannes Dekker
De gemeenteraad beraadt zich in april 1864 andermaal over het verzoek van de timmerman en aannemer de heer Johannes Dekker om van de gemeente in koop of, zo daartegen geen bezwaar bestaat, op een lange termijn in erfpacht te verkrijgen de grond, gelegen tussen de brugwachterswoning en de Molendijk tegenover de ophaalbrug. Er zitten enkele fraaie tekeningen bij de stukken. Kennelijk gaat het hier om de drie voorname panden waarin later de ambtswoning van de burgmeester was. Het college houdt met Dekker een lokale inspectie en zijn door hem over het bebouwen ingelicht. Het college ziet grote bezwaren tegen inwilliging van het verzoek en wel allereerst uit hoofde van de nauwe toegang naar de wal die er zal overblijven. Bovendien vanwege het verlies van de grond achter de brugwachterswoning, waardoor de huurwaarde van dat gebouw zeer veel zal verminderen.
Toch heeft de gemeenteraad er moeite mee om het verzoek af te wijzen. De raad ziet de noodzakelijkheid in van het stichten van goede gebouwen. Het college stelt nu de gemeenteraad voor om de grond te verkopen voor ƒ 130. Achter de woning van de brugwachter dient door Dekker te worden geplaatst een nieuw secreet en waterloop met vangput. De wal tussen het huis van de heer Paardekoper en het nieuw door Dekker te stichten gebouw dient zodanig te worden afgevlakt dat de thans aanwezige opril nauwelijks merkbaar is. Zijn te verkrijgen grond dient behoorlijk te worden afgescheiden van de naastliggende grond. Alle schade aan naburige eigendommen dient te worden hersteld op kosten van Dekker. De afgraving en plaatsing dient te geschieden onder goedkeuring van het gemeentebestuur.
De grond is groot 7 roeden en 30 ellen. Uit de bespreking blijkt dat het college ooit wel eens overwogen heeft naar deze plaats de vismarkt over te brengen. Raadslid De Knokke van der Meulen zou liever daar een vismarkt en dan wat minder kostelijk zien en een ander terrein voor het bouwen van huizen beschikbaar te stellen bijvoorbeeld achter de tuin van de sociëteit ‘Van Ongenugten Vrij’.
Raadslid Saaijmans Vader vindt het als kaaibewoner wenselijk om het open vak te doen bebouwen. De kaaibewoners zullen daardoor meer beschut zijn voor de wind die nu uit het open vak voortkomt. Bovendien ligt het plan voor een vismarkt aldaar nog te ver in het verschiet. Maar ook omdat de bebouwing een sierlijk gezicht zal zijn zodra men met de boot de stad in komt.
Het voorstel van het college wordt met 8 tegen 2 stemmen aangenomen. Tegen stemmen de heren De Knokke van der Meulen en Soutendam.
Op deze wijze wordt ingaande 1 januari 1865 verkocht aan de heer J. Dekker 756 ellen gemeentegrond, gelegen aan de westzijde van de haven bij de brug, om daarop woningen te bouwen, voor ƒ 150.

De timmerman en aannemer Johannes Dekker deelt in september 1866 mee voornemens te zijn de aan hem toebehorende twee pakhuizen en woning tussen de Hogere Burgerschool en de door hem bewoonde woning af te breken en daar ter plaatse twee nieuwe woningen of een werkwinkel te stichten volgens een overgelegde tekening. Er zit een fraaie gekleurde tekening bij de stukken van de te bouwen huizen, een situatietekening en nog een eenvoudige situatietekening met daarop aangegeven van rechts naar links het Huis van Arrest, de Hogere Burgerschool, de nieuwe gebouwen en vervolgens het huis van J. Dekker.

Bouwplan voor woningbouw van G.J. Besseling
In februari 1867 verzoekt G.J. Besseling om in de Nieuwstraat in wijk D nummers 154 en 155 drie woningen te bouwen overeenkomstig een overgelegde tekening. Het gemeentebestuur gaat daarmee akkoord.

Bouwplan voor woningbouw van D. Korstanje
D. Korstanje krijgt in september 1864, op advies van de gemeenteopzichter en na gedaan lokaal onderzoek, toestemming om twee woningen te bouwen aan de Singel.

Bouwplan voor woningbouw van J. Blok
De meestersmid Jacobus Blok verzoekt in april 1867 om 1097 vierkante ellen grond aan de buitensingel of zogenaamde Schotteput in de nabijheid van de toegangsweg naar het spoorwegstation, de onlangs aangelegde Stationsweg. Hij wil daaraan vier woonhuizen bouwen voor meer gegoede arbeiders overeenkomstig een door hem overgelegde tekening. Ook wil hij het terrein tussen de Koepoort en de Ganzepoortbrug op een hoogte brengen gelijk met de tuin van de school der 2e klasse.
Bij het verzoek van Blok is een brief gevoegd van de bouwkundige J.H. Hannink. Hij merkt op dat volgens hem de uitvoering van het plan van Blok een begin zou kunnen zijn van de uitbreiding van de stad. Volgens hem bestaat hiervoor een geschikte gelegenheid overeenkomstig de twee bijgevoegde plantekeningen.
Voorzitter Blaaubeen merkt in de raadsvergadering op dat hij zich over de ontvangst van deze stukken heeft verheugd. Deze zijn eerst gisteren ingekomen en daarom stelt hij voor deze in handen van het college te stellen om de gemeenteraad daarover een voorstel te doen.

Bouwplan voor woningbouw van J.A. van de Velde
In januari 1865 ontvangt het gemeentebestuur van de schoenmaker Jacobus Anthonie van de Velde een verzoek om in erfpacht te verkrijgen 172 vierkante ellen grond aan de zogenaamde Keizersdijk voor het bouwen van woningen. Het college is echter van oordeel dat het bouwen van woningen op die plaats zou strekken ‘tot ontsiering van de wandeling langs den cingel en tot meerder ongerief zou aanleiding geven’. De gemeenteraad besluit het verzoek van Van de Velde af te wijzen.

Bouwplan voor woningbouw van G. van der Mark
De timmerman G. van der Mark deelt mee dat hij een aanvraag heeft gedaan tot het bekomen van erfpacht van een strook gemeentegrond van 220 el, gelegen naast het huis en de smederij van de weduwe Jacobus Robijn in het Noordeinde van de gemeente in de nabijheid van het telegraafkantoor om daarop woningen te bouwen. Dit verzoek is door het college van de hand gewezen omdat daardoor de toegang tot de stad belemmerd zou kunnen worden. Hij betoogt dat het geen belemmering van de passage zal betekenen maar veeleer zal strekken tot verfraaiing van het binnenkomen van de stad. Hij legt hiervoor een tekening over en verzoekt nogmaals toestemming van het college.

Renovatie en uitbreiding van huizen

Gedurende deze jaren worden tal van panden in de binnenstad verbouwd en gerenoveerd, trapgevels in daklijstgevels veranderd, gevels bepleisterd, schoorstenen veranderd en zonneschermen aangebracht. Er is een gedurige stroom van aanvragen om bouwvergunning voor het wijzigen en doelmatiger maken van voorpuien.
Evenals de jaren 1854 tot en met 1860 kenmerken zich deze jaren door de zeer vele verzoeken om een bouwvergunning voor de verbouw en uitbreiding van huizen.

Hieronder volgt een opsomming van de toegekende vergunningen voor wijziging en uitbreiding van panden in de binnenstad. Opmerkelijk is dat vanaf deze jaren bij aanvragen om verbouwingen schetstekeningen worden meegezonden. Op deze wijze bevat het gemeentearchief een rijke verzameling bouwtekeningen van de huizen in de binnenstad zoals deze er omstreeks 1861-1868 uit zagen en zoals deze gewijzigd werden.

1861

Vergunningen worden verleend aan:

  1.  J.G. van Blerk voor het veranderen van de trapgevel van zijn huis C 132 in de Lange Vorststraat in een lijstgevel.
  2. A. Kakebeeke voor het verleggen van de stoep achter het koetshuis, staande en gelegen achter het hoofdgebouw C 58 op de Grote Markt, uitkomende in de Korte Vorststraat alsook om de beklinkering voor het koetshuis behorende tot het pand B 50 van de heer mr. P.J. van Voorst Vader in de Lombardstraat te verleggen alsmede kantstenen op te nemen.
  3. de weduwe Susijn om het pakhuis A 139 op de Kreukelmarkt gedeeltelijk te vernieuwen in die zin dat het houten gedeelte van de voorgevel wordt weggebroken, de bestaande muur gedeeltelijk opgemetseld en het dak afgekeuveld wordt.
  4. Broodbakker Jacob Scheele om de voorgevel van zijn pand aan de Grote Kade (hoek Oostwal) B 40 geheel weg te breken en te veranderen overeenkomstig de overgelegde schetstekening. Het betreft het hoekpand ‘de Neptunus’, vanouds een bakkerij en bakkerswinkel.
  5. Hubert Hermans om in zijn pand A 97 in de Zusterstraat de buitendeur te laten dicht metselen en vervangen door een binnendeur uitkomende in A 96.
  6. Johannes Fransen van de Putte om het rabat en de goot, lopende langs zijn koetshuis, gelegen op de Kreukelmarkt, te herstellen.
  7. C.J. Clement om de gevel van zijn huis D 210 in de Nieuwstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde schetstekening.
  8. De timmermansbaas Frederik Willem Goossen om de gevel en het dak van het woonhuis C 232 aan de Lange Vorststraat weg te breken en weer op te bouwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  9. De commissaris van politie J.C. Dominicus van den Bussche om de gevel van zijn huis B 177 op de Kleine Kade af te breken tot ongeveer 3 el beneden het punt van het dak en door een schilddak te vervangen voorzien van een gewone houten lijst.
  10. Hubrecht Snoep om de gevel van zijn pakhuis A 138 op de Kreukelmarkt te laten herstellen.
  11. Hoedenmaker J.P. Magielse om de schoorsteen van zijn hoedenfabriek C 208 te vernieuwen.
  12. W. de Jonge om het gebouw A 169 in de Wijngaardstraat te laten inrichten tot woning. Hij schrijft: ‘Hij verlangt om een verandering te mogen brengen aan de voorgevel die aangesloten is aan de afgescheiden gemeente kerk in wijk A nummer 169 in de Wijngaardstraat. Dit gebouw is vroeger gebruikt als pakhuis en thans behorende en dienende aan de Afgescheiden Kerk. Hij zou het nu willen inrichten tot een woonhuisje’.
  13. Aannemer J.L. Dingens, wonend aan het Goessche Sas, om een gedeelte van de gemeentegrond aan het Oude Hoofd of de westelijke schansdijk op erfpacht te verkrijgen. Bij de stukken is een fraaie situatietekening van de Westerschans gevoegd.

1862

Vergunningen worden verleend aan:

  1. J.A.A. Fransen van de Putte om schoorstenen te veranderen op zijn huis A 190.
  2. J. Kooman om de voorgevel van zijn steenkolenpakhuis B 91 in de Korte Nieuwstraat te vernieuwen.
  3. De horlogemaker en winkelier J.A. Stokmans om in zijn pand B 64 op de Grote Markt aan de voorgevel de houten luifel weg te breken overeenkomstig de overgelegde tekening.
  4. Burgemeester M.P. Blaaubeen om de gevel van het huis B 194 in de Rozemarijnstraat te veranderen en een schoorsteen door een andere te vervangen. Hij wil het bovenste gedeelte van de gevel van zijn woonhuis veranderen met dit verschil dat de voordeur geplaatst wordt waar nu het derde schuifraam is en dit in de plaats van de voordeur gebracht wordt.
  5. Wagenmaker Leendert Meyler om een verandering aan te brengen aan het huisje D 21, staande in de Nieuwstraat, bestaande uit het vervangen van de voorgevel die gedeeltelijk uit hout en gedeeltelijk uit steen bestaat door een nieuwe gevel geheel van metselwerk.
  6. Winkelier Marinus Bartelse om enige veranderingen aan te brengen aan de voorgevel van zijn woonhuis A 47 op de Vlasmarkt. Het wordt volgens de overgelegde tekening een fraaie voorgevel.
  7. Winkelier Gijsbertus van der Hoek om het woonhuis C 179 aan de westzijde van de Ganzepoortstraat tot pakhuis en tabakskerverij in te richten en daarvoor een tabak eest te plaatsen.
  8. A. Noordijke om een verandering aan te brengen aan zijn pand C 163 aan de Klokstraat, bestaande uit het afbreken van de voorgevel en het op de hoogte van de puibalken vernieuwen overeenkomstig de overgelegde fraaie geveltekening.
  9. H.C. van Deinse om aan het zomerhuis op de wal achter het woonhuis C 237 in de Lange Vorststraat het bestaande raam weg te nemen en te vervangen door een nieuw en de schutting van het zomerhuis te repareren.
  10. Winkelier Jacobus Filius om de voorgevel van zijn huis B 135 in de Sint Jacobstraat te beporten met Portlands cement.
  11. De weduwe M. van Fraassen-Poelman om de voorgevel van haar woonhuis A 181 in de Nieuwstraat volgens de overgelegde schetstekening te veranderen. Merkwaardig is dat op de tekening rechts van het pand een poortje wordt vermeld als Brouwersgang.
  12. M. Bokelaar, eigenaar van het woonhuis E 90 in de Voorstad, om aan dit huis de voorgevel en zijgevel volgens de overgelegde schetstekening te veranderen. Er zitten twee tekeningen bij de stukken, waaruit blijkt dat het een groot en fraai pand betreft.
  13. De kuiper Adriaan Matthijsse om het koetshuis D 137 in de Stoofstraat in te richten tot woon- en pakhuis volgens de overgelegde mooie tekening. Hij deelt mee dat hij eigenaar is geworden van het koetshuis. Hij is voornemens dit koetshuis tot woning in te richten.
  14. D. Dekker om de gevel van zijn woonhuis C 174 in de Ganzepoortstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening van de voorgevel.
  15. De koopman Cornelis Pilaar voor het stichten van een wagenhuis op 50 vierkante ellen gemeentegrond gelegen aan het einde van de wal tussen de korenmolens ’de Koornbloem’ en ‘de Vijf Gebroeders’ in sectie D 1302 overeenkomstig de overgelegde fraaie situatietekening.
  16. De opzichter van gemeentewerken, geassisteerd door de commissaris van politie, doet onderzoek naar de bouwvallige toestand waarin het huis D 18 in de Keizerstraat van Pieter Panny verkeert. Daarbij blijkt dat het werkelijk in een slechte staat is. Er zijn verzakkingen ontstaan aan het naast staande woonhuis van Johannes Goossen. Het is meer dan tijd dat daarin wordt voorzien wil men ongelukken voorkomen. Panny krijgt opdracht het bouwvallige gedeelte van het huis zodanig te herstellen dat er geen gevaar bestaat voor de bewoners of de aangelegen gebouwen.
  17. Er is door de opzichter van gemeentewerken en de commissaris van politie ook bouwvalligheid en gevaar voor ongelukken geconstateerd aan het door de heer L.P. de Lannee de Betrancourt bewoonde huis aan de Sint Magdalenastraat, in eigendom toebehorend aan mejuffrouw A.E. de Bruin te Wageningen.
  18. In het archief bevindt zich een bundel afschriften van processen verbaal, opgemaakt tegen de weduwe Van Hoef, koopster van het pakhuis van mevrouw de weduwe Verhagen, staande in de Sint Jacobstraat, en tegen de heer J.P.J. Dronkers te Zierikzee, koper van het huis van mejuffrouw A.E. de Bruin te Wageningen, staande in de Sint Magdalenastraat en bewoond door de heer L.P. de Lannee de Betrancourt, wegens nalatigheid in het afbreken en herstellen van de bouwvallige gedeelten, waartoe ze eerder zijn aangemaand, en onverwijld over te gaan tot het afbreken en herstellen van het bouwvallige gedeelte van ieders gebouw. Als dit niet gebeurt zal dit door de gemeente worden gedaan op kosten van de overtreders.

1863

Vergunningen worden verleend aan:

  1. A. Nortier om het huis A 1 geheel af te breken en een nieuw huis in de plaats daarvan te bouwen.
  2. C.F. van Ettinger voor het maken van een waterloop van het huis C 223 in de Lange Vorststraat naar de vest.
  3. J. van Splunder om voor zijn rekening een sleutel te laten maken voor de deur van de gemeentegang in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat naast het hem toebehorende dubbele huis D 49 en 50 met de bedoeling van die gang gebruik te maken voor het bezoeken van de tuin achter zijn huis.
  4. P. van Loo om de houten gevel van zijn schuur achter C 162 in steen te brengen.
  5. Koopman A. Nortier om het woonhuis A 1 aan de westzijde van de Grote Markt geheel af te breken en een nieuw huis in de plaats daarvan te bouwen. Kennelijk is dit de voormalige herberg ‘de Gouden Leeuw’.
  6. winkelier D.A. Oerlemans om in zijn pand B 64 op de Grote Markt enige veranderingen aan te brengen aan de onderpui van zijn voorgevel volgens een overgelegde tekening.
  7. De verwer A.M. van Melle om op de ’s-Heer Hendrikskinderendijk een ververij te stichten. Hij wil zich metterwoon vestigen in het woonhuis E 136 op de ‘s-Heer Hendrikskinderendijk en aldaar in het achterkeukentje een fornuis plaatsen voor het koken van zijn verfstoffen.
  8. P.F. de Jonge om de gevel van zijn woonhuis C 31 in de Lange Kerkstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  9. J.C. van Hattem voor het leggen van een houten buis door de publieke weg, vanaf de vest tot aan het terrein van de gevangenis.
  10. J.C. Bibelmans om aan zijn huis C 15 in de Lange Kerkstraat twee buitenwaarts stekende kasten te maken.
  11. Karel Mulder om de voorgevel van zijn pand C 97 in de Papegaaystraat te wijzigen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  12. B.M. den Boer om de gevel van zijn huis D 79 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  13. Frederik Sterk om de gevel van zijn woonhuis C 40 in de Lange Vorststraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  14. Andries de Jonge om als eigenaar van het huis ‘Middelburg’ in het Witte Paardstraatje C 82 de gevel volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  15. Marijn Bakker om de bestaande trapjesgevel van zijn woonhuis B 176 op de Kleine Kaai gedeeltelijk weg te nemen en Biemans te doen opmetselen met het aanbrengen van een planchiergoot.
  16. De uitdrager en winkelier Josephus Proost om aan het woonhuis C 209 in de Ganzepoortstraat/hoek Langevorststraat de gevel te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening. De gevel heeft het uitzicht in de Ganzepoortstraat met het verhogen van een tweede verdieping.
  17. De huurkoetsier D. Panny om de gevel van het woonhuis D 18 in de Keizerstraat te vernieuwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening, dit vanwege de bouwvallige toestand van het pand.
  18. Johannes Proos om de gevel van zijn woonhuis D 41 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  19. J. Le Clerq om de gevel van zijn huis D 213 in de Nieuwstraat te wijzigen door het gedeeltelijk wegbreken van de voorgevel met het dakwerk en weer op te bouwen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  20. J.M. Kakebeeke om de gevel van het woonhuis D 87 in de ’s-Heer Hendrikskinderenstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening. Het betreft hier het grote monumentale pand in deze straat. Er zit een prachtige tekening bij de stukken van de bestaande gevel en de nieuwe gevel. De raamkozijnen, bestaande uit 40 ruitjes per raam, worden gewijzigd in 6 ruiten per raam. Aan de voordeur wordt geen wijziging aangebracht. De twee ramen boven de voordeur veranderen van 35 ruiten in 6 ruiten per raam wat betreft het onderste en van 20 ruiten in 2 ruiten wat betreft het bovenste raam. Het dak verandert van een ruitvormig dak in een puntdak.
  21. J.J. Loobeek om de gevel van zijn woonhuis C 203 in de Ganzepoortstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  22. Jacob Scheffer, eigenaar van het woonhuis B 121 in de Bogt van Guinee, om het bestaande gebouwtje af te breken en overeenkomstig de overgelegde tekening op te bouwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  23. C. Dronkers om door de Weeg van het zomerhuis achter zijn woonhuis B 132 in de Sint Jacobstraat een kachelpijp aan te brengen.
  24. De winkelier Jacob Snijders om de gevel van zijn woonhuis C 141 in de Lange Vorststraat, op de hoek van het zogenaamde Paardenstaartje te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening. Bij de stukken bevindt zich een grote, fraaie tekening.
  25. De logementhouder Jan Koens om in de achterkamer van zijn woonpand ‘Het Slot Oostende’ een schoorsteen te laten maken.
  26. In juli 1863 deelt de voorzitter de gemeenteraad mee dat hij ingevolge het besluit van de vorige besloten vergadering het huis ‘Tussen de twee poorten’ van de kinderen De Jonge voor de gemeente heeft aangekocht voor ƒ 1.200. Besloten wordt die woning te bestemmen tot brugwachterswoning en het eerst opgevatte voornemen tot het bouwen van een nieuwe woning te laten varen en tot dekking van de kosten te bestemmen: de ƒ 400 wegens afstand van grond aan de gevangenis; de ƒ 265 wegens verkoop van de voormalige brugwachterswoning en ƒ 726 uit de onvoorziene uitgaven.
  27. Het gemeentebestuur herziet haar besluit van 1 maart 1862 waarbij de huurkoetsier Pieter Panny is aangeschreven om binnen vier weken onder toezicht van de gemeenteopzichter het bouwvallige gedeelte van het woonhuis D 18 in de Keizerstraat zodanig te laten herstellen dat er geen gevaar bestaat voor de bewoners of de aangelegen gebouwen. Aan die aanschrijving is tot nu toe niet voldaan en de bouwvalligheid van het huis is zodanig toegenomen dat het onmiddellijke voorziening vordert. Het college verklaart dat het huis in een hoogst bouwvallige toestand verkeert en onbewoonbaar is en verbiedt mitsdien de verdere bewoning van het huis zolang de nodige herstellingen daaraan niet zullen hebben plaats gehad. Panny krijgt bevel om tot voorkoming van ongelukken het huis onverwijld te herstellen en in bewoonbare staat te brengen. De voorgevel moet voor rekening van Panny worden afgebroken.
  28. Het gemeentebestuur verklaart, gelet op het rapport van de commissaris van politie, dat het woonhuis B 121 in de zogenaamde Bogt van Guinea, toebehorende aan de winkelier Jacob Scheffer en thans bewoond door Johannes Marinus Mallee, in een hoogst bouwvallige toestand verkeert en onbewoonbaar is. Het verbiedt mitsdien de verdere bewoning van het huis zolang de nodige herstellingen daaraan niet zullen hebben plaats gehad.

1864

Vergunningen worden verleend aan:

  1. P. de Kok om de gevel van zijn woonhuis E 142 op de ‘s-Heer Hendrikskinderendijk te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  2. De wagenmaker Leendert Meijler om in zijn huis D 73 aan de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat een nieuwe stookplaats in te richten en de voorgevel van dit huis een verandering te laten ondergaan, bestaande in de plaats verwisseling van een deur en raam zoals op de overgelegde tekening is aangegeven.
  3. Jan Wabeke om de schuur achter zijn woning C 202 in de Ganzepoortstraat, welke uitkomt in het ‘Schotje van Armoede’, te doen inrichten tot een woonhuis met twee kamers.
  4. J.J. Bakker om het bovengedeelte van de schuur of het pakhuis B 87 en 88 op de Wal te laten afbreken en in te richten tot woningen.
  5. De koopman Hendrik Kramer om het pakhuis C 260 in ‘de Waaihoek’ in te richten tot woonhuis volgens de overgelegde tekening.
  6. De heren van der Bilt, wonend in het pand A 201 op de Vlasmarkt, om over de sloot, afscheidende het erf van hun huis van de gemeentelijke wal, een brug of dam te leggen met voldoende heul of duiker. Ook krijgen ze toestemming om van dat erf te mogen rijden over de gemeentelijke wal naar de nabijgelegen Brouwersgang alleenlijk met handkarren en kruiwagens. De brug of dam zal moeten worden afgesloten met een hek zoals aangegeven op de overgelegde fraaie tekening.
  7. Cornelis Bouten, eigenaar van het woonhuis B 100 in de Sint Jacobstraat, om volgens de door hem overgelegde tekening de gevel van zijn huis te veranderen.
  8. Jacobus Meijler om de gevel van zijn woonhuis C 37 aan de Lange Kerkstraat af te breken en opnieuw op te bouwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  9. Cornelis Luijkes om de gevel van zijn woonhuis C 99 aan de Papegaaijstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde schetstekening.
  10. De commissionair Izak Wessels om de voorgevel van zijn pand A 54 aan de Wijngaardstraat te veranderen. Hij is door aankoop eigenaar geworden van dit pand. Voorheen was dit van zijn schoonmoeder de weduwe G. van Riet.
  11. De horlogemaker C.P. de Wijs om het huis C 11 in de Lange Kerkstraat van een nieuwe gevel te voorzien overeenkomstig de overgelegde tekening.
  12. Mejuffrouw de weduwe F.A. Susijn om de gevel van het huis C 25, staande op de hoek van de Lange Kerkstraat, te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  13. De timmerman Adriaan den Besten om in het huis A28 op de Beestenmarkt, eigendom van de heer J. Fichet, een nieuw deurkozijn met nieuwe ramen aan te brengen en een gedeelte van de voorgevel te veranderen.
  14. W. Thewes om de gevel van het huis D 6 in de Koningstraat te veranderen in die zin dat de punt van de gevel wordt af gekeuveld, de gevel wordt ‘geportland’ en daarvoor de nodige stellingen worden geplaatst. Er zit een zeer fraaie aanzichttekening bij de stukken.
  15. Timmerman Johannes Dekker om in het huis D 190 aan de Nieuwstraat de gevel te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  16. D. Nonnekes om de bestaande kozijnen van zijn woonhuis A 31 op de Vlasmarkt, gelegen aan het Waterstraatje, te verlagen en andere ramen erin te plaatsen.
  17. A. den Hartog om de gevel van zijn woonhuis C 100 in het Papegaaystraatje volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  18. A.J.J. Loobeek om de gevel van zijn woonhuis C 203 aan de Ganzepoortstraat te voorzien van Portlandse cement.
  19. A. Kuiper om de gevel van zijn woonhuis D 7 in de Koningstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  20. Mejuffrouw de weduwe A. Biersteker om de trapjesgevel van haar woonhuis B 32 op de Grote Kaai af te breken en te doen vervangen door een plansier goot en de gevel te beporten alsook om de stoep 5 duim te verhogen.
  21. G. van der Hoek om de gevel van zijn woonhuis C 197 in de Ganzepoortstraat te beporten.
  22. J. Bannet om de gevel van zijn woonhuis C 222 in de Lange Vorststraat af te laten keuvelen en te vervangen door een plansier goot en de gevel te laten beporten.
  23. B.C. Briels om de blinde muur van het woonhuis B 130 in de Sint Jacobstraat, uitkomende aan de wal, te veranderen volgens de door hem overgelegde fraaie tekening.
  24. A. Korstanje om op zijn perceel nabij de Struikelblok aan de Singel volgens zijn overgelegde schetstekening een dubbel woonhuis te bouwen en de sloot tussen zijn perceel en het eigendom van de gemeente te laten dempen.
  25. A. Kuiper om de gevel van zijn woonhuis D 7 in de Koningstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  26. N. Duivewaarde om het pakhuis in wijk C 192 in het zogenaamde ‘Schotje van Armoede’ tot woonvertrek in te richten.
  27. J. Visser deelt het gemeentebestuur in juni 1864 het volgende mee: ‘Bij besluit van de gemeenteraad van 20 augustus 1857, aan wijlen Lourina Duvekot uitgegeven zijnde drie roeden en 25 ellen gemeentegrond gelegen in sectie D 1146 aan het einde van de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat, zijnde het zogenaamde Ganzennest, vraagt Willem Duvekot als tegenwoordige eigenaar van dat perceel in wijk D 69 om op die grond, destijds uitgegeven aan zijn vader, volgens bijgaande tekening een wagenhuis te mogen bouwen’. Er zit een tekening bij van het wagenhuis en de stalling. Hij krijgt geen vergunning om een wagenhuis te bouwen. Het gemeentebestuur maakt bezwaar om dit verzoek in te willigen daar die grond veel lager ligt dan die van Van Aerde, aan wie het plaatsen van een schuur was toegestaan.

1865

Vergunningen worden verleend aan:

  1. Hendrik Ellefrink om de voorgevel van zijn pakhuis D nummer 101 in het Ossenhoofdstraatje, voorheen toebehorend aan H. Werri, te veranderen volgens de overgelegde tekeningen en daar een woning in te maken met een schoorsteen.
  2. De winkelierster Maria Agnes Hegge weduwe van F.A. Susijn om van haar pakhuis in wijk A nummer 139 op de Kreukelmarkt een woonhuis te laten maken. Bij de stukken is een zeer fraaie tekening gevoegd van het voorfront van het voormalige pakhuis met links daarvan de poort die er nu nog steeds is.
  3. De barbier Johannes Molhoek om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 16 in de Lange Kerkstraat te laten beporten, alsook om de daarin bestaande kozijnen vier lagen te verhogen.
  4. De metselaar Hendrik Ellefrink krijgt vergunning om het pakhuis naast zijn woning in wijk D nummer 71 bij het telegraafkantoor te vernieuwen tot woonhuis.
  5. De winkelier Jacobus Meyler om de gevel van het woonhuis in wijk C nummer 38 in de Lange Kerkstraat te wijzigen.
  6. P.M. Verboom om het tuinhuis dat uitkomt op de Keizerdijk van de woning C nummer 178 af te breken en aldaar volgens een overgelegde tekening een woning te laten bouwen.
  7. mr. W.G. de Knokke van der Meulen om een steiger te plaatsen voor zijn woonhuis in wijk E nummer 107 in de Ganzepoortstraat om de gevel uit te kappen en daarna op te voegen.
  8. De broodbakker Hubregt Snoep om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 35 in de Lange Kerkstraat te veranderen volgens de overgelegde fraaie tekening.
  9. De boekbinder Antonie Overweel om de voorgevel van zijn huis in wijk C nummer 136 aan de Lange Vorststraat te veranderen volgens de overgelegde fraaie tekening.
  10. De winkelier Jacob Schnieder om het raam uit de keuken van zijn woonhuis in wijk C nummer 141 in de Lange Vorststraat, uitkomende in de zijstraat van genoemde straat naar de Lange Kerkstraat, te doen vervangen door een deurkozijn en het bestaande bovendeurkozijn weg te breken.
  11. De meubelmaker E.F. van Kalmthout om de gevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 3 op de Opril van de Grote Markt te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  12. De bakker Benjamin Marinus den Boer om het pakhuis achter zijn woonhuis in wijk D nummer 79 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat, uitkomende in de Molenstraat, in een woonhuis te veranderen.
  13. De winkelier Huibert Boer om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 199 in de Ganzepoortstraat te beporten alsook om daaraan een planciergoot te leggen.
  14. De molenaar Jan Adriaanse van de molen ‘de Koornbloem’ om de paardenstal in wijk D nummer 70 te veranderen in een woonvertrek.
  15. De boekhandelaar S.J. de Jonge om tegen de gevel van zijn huis in wijk C nummer 176 in de Ganzepoortstraat een bord te plaatsen met een aanduiding van zijn beroep. Hij geeft de verzekering dat het bord niet buiten het bestek van zijn stoep zal komen.
  16. De kooplieden weduwe J.L. Massee en zoon zijn voornemens om hun huis in wijk C nummer 221 in de Lange Vorststraat met een verdieping te verhogen. Ze krijgen vergunning om de achtergevel en zijmuur tot de nodige hoogte op te metselen, de voorgevel volgens de overgelegde tekening te wijzigen en de schoorstenen op te halen.
  17. M.J. Soutendam om een gedeelte van de muur van het huis bewoond door H. Clement in de Sint Jacobstraat te doen wegbreken en daarna weer op te bouwen.
  18. J. Mulder om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 22 op de Turfkaai te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  19. M.J.G. de Backer om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 21 in de Keizerstraat volgens de overgelegde tekening te veranderen, de bestaande schoorsteen in de voorkamer beneden weg te breken en door een geheel nieuwe te vervangen.
  20. De logementhouder M. de Jonge de Melly om de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 10 op de Grote Markt te veranderen alsmede een verandering aan te brengen aan de stookplaats in de koffykamer en als gevolg van die verandering een poetsgat met ijzeren deur in de muur in het Rijsselstraatje te maken, ‘edoch voor dit alles de toestemming van uw achtbaren behoevende’, dit volgens de overgelegde fraaie tekening.
  21. De meubelmaker Willem Thewes om in de zijgevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 6 in de Koningstraat een lichtkozijn met raam te plaatsen.
  22. De koopman M.A. Emanuel om de ondergevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 238 in de Lange Vorststraat te veranderen.
  23. De timmerman W.J. van de Weert om volgens de overgelegde tekening de achtergevel van het woonhuis in wijk D nummer 22 op de Grote Kade (of de Turfkade?) en uitkomende in het Ossenhoofdstraatje, af te breken en daarna weer op te bouwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  24. De winkelier Johannes de Jonge om in zijn woonhuis in wijk C nummer 218 in de Lange Vorststraat op de bovenkamer een nieuwe schoorsteen te laten aanbrengen.
  25. De verwer Abraham Pieter van Melle om in zijn woonhuis in wijk E nummer 136 op de ‘s-Heer Hendrikskinderendijk een ijzeren buis in de schoorsteen te doen aanbrengen.
  26. De koopman Bastiaan Quist om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 109 in de Lange Kerkstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  27. De apotheker Pieter Johannissen om grond in erfpacht in de zogenaamde ‘Hooge bomen’ voor het maken van een bergplaats achter zijn erve aldaar.

1866

Vergunningen worden verleend aan:

  1. De koopman Jacobus Jellema om in de blinde muur van de voorgevel van het woonhuis in wijk B nummer 109 in de Sint Jacobstraat een lichtraam te plaatsen. Hij is door aankoop eigenaar geworden van dit pand.
  2. W. Biersteker om de gevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 75 in de Sint Jacobstraat overeenkomstig de overgelegde schetstekening te veranderen.
  3. De broodbakker Benjamin Marinus den Boer om in zijn woonhuis in wijk B nummer 218 op de Molendijk een schoorsteen te plaatsen alsook om in de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 87 in de Wijngaardstraat een klein lichtraam te vervangen door een groter en het deurkozijn wat meer naar het midden te brengen.
  4. De koekbakker Marcus Sterk om boven het pakhuis achter zijn woonhuis in wijk D nummer 26 op de Grote Kaai, uitkomende in het Ossenhoofdstraatje, een nieuwe keuken met schoorsteen te laten maken en de gevel te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  5. De winkelier Marinus van Zweden om in een achterkeuken van zijn woonhuis in wijk E nummer 109 in de Voorstad een geheel nieuwe schoorsteen te laten maken.
  6. M.G. van den Ende om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 2 in de Lange Kerkstraat te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  7. De timmerman W.J. van de Weert om de schuur staande aan de zuidzijde op de Beestenmarkt in wijk A nummer 211 gedeeltelijk af te breken en daar ter plaatse een woonhuis te bouwen alsmede de voorgevel van het gedeelte van deze schuur dat blijft bestaan en ingericht wordt tot bergplaats te vernieuwen, een en ander volgens de overgelegde tekening.
  8. De weduwe J.M. Vermande-Pilaar om de gevel van haar woonhuis in wijk B nummer 190 op de Kleine Kade te doen afkeuvelen en te vervangen door een plancier overeenkomstig de overgelegde tekening.
  9. De huurkoetsier Laurens Rijk om de plancier voor het woonhuis in wijk D nummer 84 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat te vernieuwen.
  10. De koopman N.A. Emanuel om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 17 in de Keizerstraat overeenkomstig zijn overgelegde tekening te veranderen.
  11. De koperslager Adriaan de Jonge Jz om op het erf van zijn pakhuis in wijk D nummer 105 in het Ossenhoofdstraatje een woning te bouwen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  12. De arbeider Leunis Korstanje, die door aankoop eigenaar geworden is van een gedeelte grond van het afgebrande woonhuis in wijk E nummer 58 in de Voorstad, om daarop volgens de overgelegde tekening een woonhuis te bouwen.
  13. De predikant van de Hervormde gemeente, ds. J. Drost, om de gevel van het overgebleven gedeelte van zijn afgebrande woonhuis in wijk E nummer 57 in de Voorstad te doen veranderen. Er zit een fraaie tekening bij de stukken.
  14. G.H. Vertregt om de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 119 in de Korte Kerkstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening.
  15. P. Ross om de gevel van het woonhuis in wijk C nummer 165 in de Klokstraat te veranderen volgens zijn overgelegde tekening.
  16. De winkelier Arie Visser om de voorgevel van het woonhuis in wijk C nummer 49 in de Lange Kerkstraat te laten veranderen volgende de overgelegde tekening.
  17. De timmerman Dirk Klemkerk om de ondergevel van het woonhuis in wijk D nummer 166 in de Klokstraat, eigendom van de weduwe H. Harinck, te veranderen. Er zit een fraaie tekening bij de stukken van de oude frontopstand en de nieuwe. Aan weerszijden van de voordeur bevindt zich een raamkozijn met elk 12 ramen. Hij wil deze veranderen in een raamkozijn met vier ramen en een bovenraam.
  18. Johannes Dekker om de gevel van het pakhuis in wijk B nummer 24 in de Blaauwe Steen straat te veranderen volgens zijn overgelegde tekening.
  19. J. Verkouteren te Arnhem om de voorgevel van zijn huis in wijk C nummer 3 in de Lange Kerkstraat te veranderen en de gevel te beporten. Er zit een fraaie tekening bij de stukken.
  20. De winkelier Pieter van der Reit om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 42 in de Lange Kerkstraat te doen beporten.
  21. De herbergierster I.J. Werri om de gevel van het pakhuis in wijk A nummer 26 aan de Opril van de Beestenmarkt te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  22. De apotheker J.A. Le Cointre om de gevel van het woonhuis in wijk C nummer 12 in de Lange Kerkstraat te veranderen. Hij is door aankoop eigenaar geworden van het woonhuis en voornemens de voorgevel weg te breken en door een nieuwe gevel te vervangen. Een fraaie tekening van een voornaam huis is bijgevoegd.
  23. De kapper Hendrik Kramer om de zijgevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 260 in de Waaihoek, grenzende tegen de dijk van de Oostwal, te doen veranderen en optrekken. Een mooie tekening en een plattegrondsituatietekening is bijgevoegd.
  24. De weduwe M. van Deinse-De Leeuw om het bovenpakhuiskozijn in de gevel van het vroegere kantoor in de Lange Vorststraat in wijk C nummer 234 te veranderen in een schuifkozijn alsmede om in de keuken van haar woonhuis in wijk C nummer 237 de oude schoorsteen weg te breken en door een nieuwe te vervangen.
  25. Johannes Dekker om twee pakhuizen en een woning, staande tussen de Hogere Burgerschool en de door hem bewoonde woning, af te breken en daar ter plaatse twee nieuwe woningen en een werkwinkel te stichten. Dit verzoek staat in verband met het bouwen van een nieuwe bergplaats voor kalk en tras.
  26. De apotheker P. Johannissen om de voorgevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 160 in de ‘Klokkenstraat’ volgens een overgelegde fraaie ingekleurde tekening te veranderen.
  27. M. Harinck om zijn bouwvallige bakkeet en het voormalige brandspuithuisje, staande op het erf van zijn woonhuis in wijk E nummer 108 in de Voorstad, af te breken en aldaar een arbeiderswoning te bouwen.
  28. Mejuffrouw Isabella Johanna Werri om de gevel van haar woonhuis in wijk A nummer 27 op de Beestenmarkt te veranderen overeenkomstig de door haar overgelegde tekening.
  29. De kapper C. Wagner om een ijzer met drie koperen schilden uit te steken aan het huis in wijk A nummer 24 in de Sint Magdalenastraat. Dit mag niet verder komen dan de rand van de stoep. Wagner verzoekt dit ‘als wapen van het Barbiers- en Kappers handwerk’.

1867

Vergunningen worden verleend aan:

  1. De molenaar Jan Adriaanse van de korenmolen ‘de Koornbloem’ om de gevel van zijn woonhuis D nummer 96 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat te beporten en de bestaande trapgevel gedeeltelijk af te breken en door een planchier gevel te vervangen overeenkomstig de door hem overgelegde tekening.
  2. De mandenmaker J.M. van de Velde om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 15 in de Lange Kerkstraat te veranderen volgens de door hem overgelegde tekening.
  3. De huurkoetsier Laurens Rijk om op het erf achter zijn woonhuis in wijk D nummer 209 in de Stoofstraat uitkomende een woonhuis te bouwen overeenkomstig de overgelegde tekening.
  4. Mejuffrouw de weduwe M. Rochefort-de Leeuw om in de blinde muur van het pakhuis achter haar woonhuis in wijk C nummer 224 in de Lange Vorststraat uitkomende aan de wal een lichtkozijn te plaatsen.
  5. M.P. Lenshoek van Kerkwijk om in zijn woonhuis B nummer 171 op de Kleine Kaai een nieuwe schoorsteen aan te laten leggen.
  6. M. de Dreu om het zomerhuis in wijk E nummer 138 op de ‘s-Heer Hendrikskinderendijk te doen veranderen door het aanbrengen van een slaapkamer overeenkomstig de door hem overgelegde tekening.
  7. Koopman M. van der Riet om op het zomerhuis in wijk C nummer 177 in de Ganzepoortstraat een schoorsteen aan te brengen.
  8. De bakkersknecht Jacobus Clement om in het woonhuis in wijk B nummer 149 ‘Tussen de twee poorten’ een bakoven daar te stellen.
  9. Beurtschipper P. de Ronde krijgt vergunning om de gevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 188 op de Kleine Kade te veranderen volgens de door hem overgelegde tekening.
  10. Mejuffrouw de weduwe P.L. van der Reit om de gevel van haar woonhuis in wijk C nummer 171 in de Ganzepoortstraat te doen veranderen volgens de overgelegde tekening.
  11. Slager W. Temperman om de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 13 op de Opril Grote Markt te vernieuwen overeenkomstig de door hem overgelegde tekening.
  12. B. Quist om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 41 in de Lange Kerkstraat te wijzigen volgens de door hem overgelegde tekening.
  13. Koopman C.J. Besseling om de bouwvallige bovengevel van het woonhuis in wijk D nummer 16 in de Keizerstraat af te breken en weer op te bouwen.
  14. De winkelier J. de Nijs om in zijn woonhuis in wijk A nummer 115 in de Korte Kerkstraat een nieuwe schoorsteen te bouwen.
  15. De winkelierster M.J. de Haas om in het achterkeukentje van het door haar bewoonde huis in wijk A nummer 203 in het Waterstraatje een nieuwe schoorsteen te bouwen.
  16. De winkelier D. Cappon om in zijn woonhuis in wijk D nummer 33 in de Rozemarijnstraat een nieuwe schoorsteen te bouwen.
  17. Koopman Cornelis Duvekot om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 181 in de Nieuwstraat volgens zijn overgelegde tekening te veranderen.
  18. Huurkoetsier Laurus Rijk om in het woonhuis in wijk B nummer 231 op de Molendijk een nieuwe schoorsteen te laten maken.
  19. Pieter Geense om zijn schuur in wijk E nummer 93 in de Voorstad vijf ellen te verlengen.
  20. M.H. de Witte om de gevel van het huis in wijk C nummer 28 in de Lange Kerkstraat af te breken en daarna weer op te bouwen volgens de overgelegde tekening.
  21. De molenmaker en timmerman J.P. Muller om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 231 in de Lange Vos te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  22. De kroeghouder G.P.A. Fagel om voor zijn woonhuis in wijk A nummer 77 in de Wijngaardstraat een uithangbord te plaatsen met het opschrift ‘Bierhuis’.
  23. De logementhouder J. Koens om in een achterkeuken van zijn logement ‘Het Wapen van Zeeland’ in wijk C nummer 182 in de Ganzepoortstraat een nieuwe schoorsteen te bouwen.
  24. Grondeigenaar M.J. Soutendam om in de achtergevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 38 op de Grote Kade, uitkomende in de Sint Jacobstraat, een nieuw raam en deur te plaatsen alsmede om de oude borstwering af te breken en daarna weer op te bouwen.
  25. De koopman G.J. Besseling om zijn zomerhuis in wijk E nummer 44 op de Cingel af te breken, alsmede om vijf bomen daarvoor staande aan de Cingel te rooien.
  26. Kleermaker P. Thewes om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 32 in de Lange Kerkstraat te veranderen.
  27. De koopman G.J. Besseling om op het erf van zijn huis in wijk E nummer 44 op de Cingel volgens een bijgevoegde tekening een nieuw woonhuis te laten bouwen.
  28. De timmerman Gerrit van der Mark om van de gevel van het woonhuis in wijk C nummer 119 in de Lange Vorststraat het slechte boveneind af te breken en daarna weer op te bouwen.
  29. De weduwe A.L. Arentz-Vertregt om haar woonhuis in wijk E nummer 119 in de Voorstad volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  30. De timmerman Johannes Dekker om de gevel voor het kantoor in zijn pakhuis in wijk E nummer 17 buiten de Bleekveldse Poort volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  31. De strohoedenleurder Cornelis Luijckx om de gevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 99 in het Papegaaystraatje te veranderen. Er zit een mooie tekening bij de stukken.
  32. Winkelier Bastiaan Quist om de achtergevel van zijn woonhuis in wijk C nummer 41, uitkomende in de Korte Vorststraat, volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  33. Metselaar A. de Bruijne om aan de bovenpijp van een schoorsteen in het woonhuis in wijk D nummer 20 in de Keizerstraat een verandering te brengen.
  34. Op 9 november 1967 rapporteert de gemeente bouwmeester D. de Koning het volgende aan het gemeentebestuur: ‘Bij een onderzoek naar de al of niet bouwvalligheid van de woonhuizen in wijk D nummers 63, 64 en 65 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat is alleen gebleken dat aan de voor- en zijgevel van het huis in wijk D nummer 63 de goten en in het woonhuis in wijk D nummer 65 het bovengedeelte van de voorgevel als gevaarlijk voor de voorbijgangers kunnen gerekend worden, terwijl de uitwatering van het dakwater van de huizen in wijk D nummer 64 en 65 niet voldoen aan de bepalingen van de ‘Verordening op het bouwen, afbreken en herstellen van bijzondere eigendommen in de gemeente Goes’.
  35. J.P. Magielse om (de brief luidt: ‘dat zijn verzoek zoude zijn om voor het Huis, voor weduwen en wezen ingericht, staande op den Wal bij den Oliemolen, te mogen planten vier stuks lindebomen. Hopende dat gij aan dit mijn verzoek zult kunnen voldoen’) vier lindebomen te planten voor het Huis voor weduwen en wezen op de Westwal. .
  36. De timmerman W. den Beste om een nieuw lichtkozijn te plaatsen in de gevel van het koetshuis van dokter G.F. Callenfels in het Vuilstraatje in wijk B nummer 49.
  37. Aannemer W.J. van de Weert om in de nieuw in aanbouw zijnde blekerswoning in wijk A nummer 192, staande op de Bleek in de Wijngaardstraat, twee schoorstenen te bouwen.
  38. De landbouwer Marinus Zandee om in de boomgaard naast zijn woning in wijk E nummer 147 op de ‘s-Heer Hendrikskinderendijk een nieuw woonhuis te laten bouwen overeenkomstig zijn overgelegde tekening.
  39. Marinus Zandee om in de keet bij zijn nieuwe woonhuis in wijk E nummer 146 op de ’s-Heer Hendrikskinderendijk een bakoven te bouwen. Er zit bij de stukken een mooie situatietekening.

1868

Vergunningen worden verleend aan:

  1. De maljenier (handelaar in klein ijzerwerk) C.E. Massee om in zijn winkel in wijk C nummer 127 aan de Lange Vorststraat het deurkozijn uit te breken en door een groter kozijn te vervangen alsmede om de gevel van het ernaast staande woonhuis in wijk C nummer 126 af te breken en weer op te bouwen overeenkomstig de door hem overgelegde tekening.
  2. Kleermaker F.L. Goossen om in zijn woonhuis in wijk C nummer 197 in de Ganzepoortstraat een nieuwe schoorsteen aan te brengen.
  3. Winkelier Jan Engelblik om de voorgevel van het woonhuis in wijk C nummer 98 in de Papegaaystraat volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  4. De kruideniersknecht Jan Kousemaker om de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 50 in de Wijngaardstraat volgens de overgelegde tekening te veranderen. Er zit een tekening aan het verzoekschrift gehecht.
  5. Timmerman Dirk Klemkerke om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 159 in de Nieuwstraat te veranderen. Er zit een bijzonder fraaie tekening bij de stukken van de bestaande, zeer eenvoudige gevel en de nieuwe, voorname gevel.
  6. J.B. Giljam, zonder beroep, om de voorgevel van het pakhuis in wijk B nummer 110 in de Sint Jacobstraat te veranderen volgens de overgelegde tekening.
  7. G.H. Vertregt om het voorgedeelte van zijn woonhuis in wijk C nummer 8 aan de Lange Kerkstraat af te breken en te herbouwen volgens de overgelegde fraaie tekening.
  8. De gemeenteontvanger Z.D. van der Bilt La Motthe om de gevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 11 in de Sint Magdalenastraat te laten beporten en voor dat doel een steiger te zetten.
  9. Leendert Vermeulen om het door hem in eigendom verkregen pakhuis in wijk A nummer 55 in de Wijngaardstraat in te richten als koetshuis, paardenstal en bergplaats van hooi en stro.
  10. De metselaar A. de Bruijne om de trapjesgevel van het woonhuis in wijk D nummer 11, toebehorende aan de heer Z.D. van der Bilt La Motthe aan de Magdalenastraat, af te keuvelen en door een plansiergootje te vervangen.
  11. Timmerman W. den Besten om de zijgevel van het pakhuis ‘den Grooten Hoorn’ in wijk O nummer 110 aan de Kleine Kerkstraat, in eigendom toebehorende aan de heer Fransen Van de Putte, af te breken en daarna weer op te bouwen en aan dit pakhuis nog meerdere werkzaamheden te verrichten.
  12. J. Olivierse om het rabat, straatje of stoep voor zijn huis in wijk A nummer 168 naast de voormalige Koepoort te vernieuwen en te verleggen.
  13. W. de Raad om de gevel van zijn woonhuis in wijk E nummer 56 in de Voorstad volgens zijn overgelegde tekening te veranderen.
  14. De koemelker Willem Timmerman om op het perceel sectie C nummer 591, waarvan hij door aankoop eigenaar is geworden, een woonhuis en schuur te bouwen volgens de overgelegde tekening.
  15. Winkelier L. Almekinders om de voorgevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 114 in de Korte Kerkstraat (westzijde) volgens de overgelegde fraaie tekening te veranderen.
  16. De smid D. Nonnekes om de trapjesgevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 31 op de Vlasmarkt te doen afkeuvelen en door een plansiergoot te vervangen.
  17. Winkelier J.P. Boshoff om aan zijn huis in wijk A nummer 2 op de Grote Markt een nieuwe gevel te bouwen overeenkomstig de overgelegde zeer fraaie tekening met een aanzicht van de nieuwe voorgevel.
  18. J.L Zelmer om het pakhuis in wijk B nummer 47 in de Sint Jacobstraat tot woonhuis in te richten overeenkomstig de overgelegde fraaie tekening van de nieuwe lijstgevel.
  19. M. Stieger, zonder beroep, om de planciergoot van zijn woonhuis in wijk C nummer 43 in de Lange Kerkstraat te vernieuwen, enige herstellingen aan de gevel te doen en een steiger te plaatsen.
  20. C. Pilaar om de gevel van zijn pakhuis in wijk D nummer 54 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat te veranderen overeenkomstig de overgelegde schetstekening.
  21. Paulus Nonnekes om de gevel van zijn woonhuis in wijk A nummer 82 in de Wijngaardstraat te veranderen.
  22. De winkelier P.M. Verboom om aan de gevel van het woonhuis in wijk A nummer 29 op de Beestenmarkt enige verandering te brengen.
  23. D.M. Molijn om de achtergevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 25 aan het Ossenhoofdstraatje volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  24. De winkelier Jacob Scheffer om een oude schoorsteen in zijn woonhuis in wijk B nummer 115 in de Bocht van Guinee weg te breken en door een nieuwe te vervangen.
  25. De koopman Johannes Dirriks om de gevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 163 aan de J.A. van der Goeskade (‘Tussen de Twee Poorten’) gedeeltelijk af te breken en volgens de overgelegde tekening te veranderen.
  26. Willem Adriaan Knieriem, eigenaar van het pand in wijk A nummer 67 in de Sint Adriaanstraat, om de bestaande planciergoot weg te nemen en te vervangen door een nieuwe.
  27. B. van Duijn om de gevel van zijn woonhuis in wijk B nummer 9 in de Koningstraat te veranderen volgens de overgelegde fraaie tekening.
  28. A. Snoep om de voorgevel van zijn huis in wijk C nummer 239 in de Lange Vorststraat te beporten met cement alsmede een nieuwe plancier goot van boven aan te brengen.
  29. N. Duivewaarde om het pakhuis in wijk C nummer 192 in het Schotje van Armoede tot woonvertrek in te richten.
  30. De herbergier D. Besuijen om de stookplaats in de koffykamer van zijn herberg ‘De Prins van Oranje’ in wijk D nummer 214 in de Nieuwstraat te veranderen.
  31. De winkelier Jacob Scheffer om de schoorsteen in de achterkeuken van het woonhuis in wijk B nummer 113 in de Bogt van Guinee weg te breken en door een nieuwe te vervangen.
  32. J.J. Bakker om het pakhuis in wijk B nummers 87 en 88 op de Wal af te breken en in te richten tot woningen. Gelet op de overgelegde plantekening besluit het gemeentebestuur het verzoek en de tekening in handen te stellen van de plaatselijke commissie van geneeskundig toevoorzicht voor advies en raad uit het oogpunt van de algemene gezondheid. Uit het advies van de commissie blijkt dat er geen bezwaar bestaat tegen de verbouw van het pakhuis.
  33. W.F. van Riet voor het stichten van een gebouw met schoorstenen en privaatbakken op de aan hem in erfpacht afgestane grond op de Wal tussen de korenmolens ‘de Koornbloem’ en ‘de Vijf Gebroeders’. In november 1868 worden de verzoeken van W.F. van Riet en J. van Aerde om op de aan hen in erfpacht afgestane grond op de wal tussen de twee korenmolens aan de gemeenteraad voorgelegd.
  34. De herbergier Jan Koens om een driehoek, zijnde het rabat langs zijn woning, ter grootte van ongeveer 20 vierkante ellen op erfpacht te verkrijgen met vergunning om dit door een muur van de straat te scheiden.
  35. H. Elferink om de ondergevel van zijn woonhuis in wijk D nummer 101 in de Ossenhoofdstraat te veranderen volgens zijn overgelegde tekening.
  36. De kleermaker Pieter den Herder om door de zolder van de beneden voorkamer van zijn woonhuis in wijk D nummer 46 in de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat een kachelpijp te plaatsen.
  37. De koopman D.A. Oerlemans om in de gevel van zijn pakhuis in wijk D nummer 14 en 15 in de Magdalenastraat een balk tot ophaling van manden te plaatsen alsmede het bovenraam te vervangen door houten duiven.